Vanmorgen las ik de Volkskrant een artikel dat inging op de gevolgen van een door Fortis ontwikkelde aandelenlease produkt. Nou heb ik zelf jarenlang bij Fortisbank gewerkt en dus was dat voor mij wel een aardig artikel om te lezen.
Eind jaren 90 hadden we te maken met een sterk oplopende beurs. De bomen leken wel tot de hemel te groeien. Had niemand toen door dat een bekend spreekwoord al verhaald over hoog klimmen en diep vallen? Volgens mij werd die volkswijsheid collectief verdrongen.
En dus kwamen talloze aanbieders op de proppen met constructies waarbij je met geleend geld kon gaan beleggen. Dat had (zo werd verteld) veel voordelen. Als je b.v. geen geld had om te beleggen kon je door te lenen toch meedoen. En als je wel geld had kon je fiscaal voordeel op het krediet je rendement extra versterken. Je kon het zo gek niet bedenken of er was wel een "verstandig" advies om eventuele koopbezwaren weg te wuiven.
Nederland stapte dus massaal in. Er werden Vremogensversnellers, Greoeivermogens, Beursversnellers etc. etc. verkocht als warme broodjes. En toen kwam de grote ommekeer: BOEM....In het begin van het jaar 2000 bleek dat de beurskoers ook kon dalen.
Zelf was ik inmiddels al uit de bankwereld weg gestapt. Dat had niets te maken met dit verhaal overigens. Maar ik heb mij wel altijd als tegenstander gezien van bovenstaande constructies. Er is duidelijk een spanningsveld tussen het begrip "verkoper" en "adviseur". Maar dat neemt niet weg dat ik mij toch erg verbaas over het gemak waarmee particulieren rechtzaken afdwingen om instellingen als Dexia, Aegon en Fortis te dwingen om schadevergoedingen te betalen.
Natuurlijk werden onder druk van prestatie beoordelingen meer lease produkten verkocht dan geadviseerd. Maar iedereen heeft toch zijn eigen gezonde verstand om produkten te beoordelen? Aandelen kopen op een moment dat de koersen al sky high zijn gestegen geeft altijd een risico. En als je geen geld hebt om te beleggen, moet je het zeker niet lenen. Ik kan mij daarnaast niet voorstellen dat iemand geld uitgeeft zonder enig inzicht te hebben in de voorwaarden. Je koopt toch ook geen auto zonder eerst alles goed bekeken te hebben? Of zijn er mensen die letterlijk blind een auto kopen omdat een gladjakker je probeert duidelijk te maken dat het een heel erg mooie auto schijnt te zijn? Qua investering is het geen gekke vergelijking.
Het is overigens onvoostelbaar dat klanten een blind vertrouwen kunnen hebben in een bankemployee die vaak nog maar net de schoolbanken had verlaten. Ze waren welliswaar allemaal gekleed alsof ze in de Raad van Bestuur zaten, maar ze hadden eigenlijk geen nagel om aan hun kont te krabben. En die moesten dan hun geachte clientele vermogensprodukten verkopen!! Het kan daarom natuurlijk ook geen kwaad om aandacht te vragen voor verkoopconstructies die worden verkocht bij bank en verzekeraar. Van iedere medewerker wordt daar immers verwacht dat hij/zij produkten uit zijn of haar eigen organisatie gaat verkopen. Targets moeten worden gehaald, omzet en winst staan voorop. Dat is wel goed voor de beurskoers overigens ;-)
Eigenlijk leven we als het eerste de beste kuddedier. Eerst lopen we allemaal achter een Goeroe of ideaal aan. En als dan plotseling de wind van richting veranderd laten we dat ook weer allemaal keihard vallen en roepen we moord en brand. Het wachten is weer op een nieuwe periode van economische voorspoed. Wedden dat iedereen tegen die tijd weer opnieuw instapt?
Herrie van Herni
De online avonturen van Jos Herni
51 Comments:
Wat je hier beschrijft is wel heel erg simpel en doet de waarheid veel geweld aan.
Wat bedeel je die kudde veel vertrouwen toe, contracten die je zand in de ogen strooien zijn een ouwe verkooptruc die je niet verwacht van een bank, maar het hele bankwezen stinkt dan ook net zoals autoverkopers, misschien dat jezelf nu bij skoda werkt ?
Ook het eigen personeel werdt niet ontzien.
Ook Fortispersoneel werd benaderd door Groeivermogen(fortis) om een Beursversneller of koerswinststapelaar te sluiten. Je kreeg thuis een informatiepakket en daarbij toch wel het dringende advies om vooral van deze producten gebruik te maken.Aan de ene kant willen ze er tegen protesteren, net als zoveel ander mensen. Maar aan de andere kant zijn ze bang voor hun baan en voor de deurwaarder, waar hun werkgever mee dreigt.
Ook spreek je in je verhaaltje over geleend geld.
heel veel mensen wisten niet dat het om een lening ging bij deze groeivermogen producten.
Bovendien werd er verteld dat je altijd je geld terug kreeg.
Dan nog tenslotte over het blinde vertrouwen in een bankemployee. Deze persoon is het directe aanspreekpunt van de bank en heeft daarom dan ook het vertrouwen van de cliënt. Of een dergelijk persoon net de schoolbanken heeft verlaten op niet en of ze wel of geen kennis van zaken hebben, kan je aan de buitenkant niet zien. Je gaat er als cliënt van uit dat je een gedegen advies krijgt.
P.s.
In de autobranche bestaat er nog zoiets als een BOVAG garantie. Op de producten van Groeivermogen bestaat alleen de garantie dat je alles kwijt bent.
Ik verbaas mij helemaal niet dat particulieren rechtzaken afdwingen om instellingen als Dexia, Aegon en Fortis te dwingen om schadevergoedingen te betalen.
Deze mensen zijn op grote schaal misleid.
Ik snap persoonlijk niet dat zoiets hier in nederland mogelijk is.
Het is inderdaad te vergelijken met de louche tweedehands autohandel
Dit bericht is verwijderd door de beheerder van een blog.
Ik ben inderdaad wat geldzaken betreft ?BLIND?. Zoals u zult weten (vanuit uw bankervaring) ben ik echt niet de enige (tenzij u zo blind bent als een paard, spreekwoord of gezegde). Vandaar dat er ?ADVIES? wordt gegeven door ??ADVISEURS?. De bankemployee (toen nog van de VSB) die mij eind 1999 heeft ?GEADVISEERD? is in ieder geval niet de door u beschreven, net de schoolbanken verlaten hebbende, jeugdpuist voerende figuur met aandelen bij Clerasil. Ik schat ongeveer dezelfde leeftijd als u in uw profile aangeeft.
Mag dan wel aannemen dat ik een goed advies krijg en een eerlijk antwoord op mijn vragen.
Bij het gesprek heb ik duidelijk te kennen gegeven dat ik geen risico op verlies wil lopen, dan maar op een eenvoudige spaarrekening. Constructies met ?klikfondsen???? waren volgens meneer H. accountmanager te Vlissingen dan geen optie. Beursversneller was de oplossing om zonder risico wat hoger rendement te krijgen dan een spaarrekening. Op mijn vraag wat het eventuele risico zou zijn geantwoord: ?inlegbedrag is gegarandeerd?. (heeft er alleen niet bij verteld voor wie). Mijn conclusie is nu dat meneer H. te Vlissingen meer de adviseur was voor zijn bank en niet voor de klant op dat moment. Deze meneer heeft dan onder valse voorwendselen en foutieve informatie mij uiteindelijk een leuk bedrag afgetroggeld. Kijk dan eens in de Dikke van Dale en u zult zien dat onder deze beschrijving de ?OPLICHTER? staat beschreven.
Er bestaat ook zoiets als ?zoals de waard is vertrouwd hij zijn gasten?. U reactie lezend bent u ook niet erg vertrouwend in wat u verteld wordt, maar ergens moet voor iemand die van bepaalde zaken niets weet een betrouwbare adviseur zijn. Die heb ik dan wel bij een andere bank meegemaakt, in ieder geval NIET bij de VSB (= nu FORTIS)
Snuffel eens wat verder op het internet dan uw eigen site en u zult zien dat FORTIS behoorlijk ONBETROUWBAAR is. Ik ben dan nog gelukkig met een relatief klein verlies.
Succes met uw autohandel.
Wat de persoon hierboven beschrijft is mij ook overkomen, alleen in een andere plaats.
Toen ik erachter kwam waren de gedachten di bij mij opkwamen als volgt "De Fortis Bank en de betrokken adviseur zullen wel merken wat de gevolgen zijn. Sorry hoor, ik ben echt geen persoon die zich ongestraft laat bestelen"
Meneer Herni schrijft in zijn verhaaltje ?maar ik heb mij wel altijd als tegenstander gezien van bovenstaande constructies?
Misschien had meneer Herni beter in die tijd ,een stukje kunnen schrijven, zodat veel klanten van zijn automobiel fabrikant een hoop leed bespaard zo zijn gebleven.
Bovendien had zijn fabrikant veel (toekomstige)klanten gescheeld
Maar uit zijn verhaaltje wordt een hoop duidelijk.
Zo werden onder andere bankemployees ingezet, die vaak nog maar net de schoolbanken had verlaten.
Vergaten deze trainees in hun competitie om zoveel mogelijk provisie binnen te halen de klant niet op de gevaren te wijzen?
Vergaten zij ook niet om de klant voldoende begrijpelijke documentatie mee te geven?
Vergaten zij misschien ook niet om de klant bedenktijd te geven alvorens hij of zij moest tekenen?
Of is het soms zo dat deze trainees maar ook de gevorderde adviseurs dit in grote getale bewust zijn vergeten?
Maar zijn parallel met de auto industrie vind ik wel grappig.
Hier noemt hij deze employees zelfs gladjakkers.
Alleen is het in de auto industrie wel zo dat als een bepaald model op een gegeven moment een defect vertoont, deze modellen door de fabrikant allemaal naar de naar de dealer worden teruggeroepen om te worden hersteld.
Niet in het geval van de fabrikant van meneer Herni, deze bleef gewoon doorverkopen.
In het geval dat het model totaal waardeloos blijkt te zijn, zal de fabrikant het terugnemen en de klant schadeloos stellen.
Ook niet bij de fabrikant van meneer Herni, welnee gewoon door blijven gaan met die handel.
Pas op 24 september 2004 hoor ik dan eindelijk het bericht dat men is veroordeeld door de klachtencommissie.Ook hoor ik dat er voorbereidingen worden getroffen voor een collectieve rechtsprocedure tegen deze fabrikant. Pas dan word er gestopt met deze modellen.Wel overweegt de fabrikant in hoger beroep te gaan.
En waarom?
Is het soms niet zo, dat het de klant zelf zo stom is geweest om hun waardeloze model aan te schaffen?
Is het ook niet zo, dat de klant zelf het ?verstandige advies? van hun adviseur heeft geloofd?
Waarom heeft hij niet een expert (jurist) meegenomen naar dit gesprek met de adviseur?
Deze had direct kunnen constateren dat het product niet deugde.
Hij was toch een leek op dit gebied?
En is het ook niet zo, dat de klant, de eventueel voor handen zijnde onbegrijpelijke documentatie beter had moeten proberen te ontcijferen?
Nee meneer Herni ook bij nieuwe economische voorspoed zal ik geen auto meer bij jouw fabrikant aanschaffen, ik zal zelfs nooit meer, welk model auto dan ook, bij jouw fabrikant aanschaffen.Ook zal ik geen zaken meer doen met elk bedrijf die auto?s van dit merk verkoopt.
Want bij een opstelling als deze door de fabrikant gaat men zich natuurlijk wel afvragen, hoe zit dit met de andere modellen van deze fabrikant.
En bovendien meneer Herni zal ik al mijn auto?s die nu nog bij uw dealer geparkeerd staan, bij een andere BETROUWBARE DEALER parkeren, dit lijkt mij wel zo veilig. Ook mijn omgeving zal ik aanmoedig dit te doen.
Ook door mij veel succes toegewenst met uw verdere autohandel
We hebben duidelijk allemaal een mening over dit verhaal. En het is ook duidelijk dat ieder zijn mening is gekleurd door zijn of haar eigen ervaringen.
Toch voel ik mij nu ook geroepen om te reageren op uw reacties.
Een bank adviseert produkten voor een bepaalde doelgroep. Bij Fortis werd (ook) ingespeeld op mensen die bereid waren te beleggen. Dat waren vooral veel mensen die nooit eerder hadden belegd. Maar de drang om mee te doen (hebzucht is een normale menselijke eigenschap) werd te groot toen de beursen jarenlang alleen maar de weg naar boven konden vinden.
Ik kan alleen maar oordelen over het produkt Groeivermogen. Dat was in mijn ogen een correct produkt. Met duidelijke voorwaarden en met een vastgelegde goede voorstelling van zaken.
Echter...mijn persoonlijke mening (en ja..dat mag je ook hebben) was dat dit produkt alleen geschikt zou zijn voor mensen die bereid waren een gok te nemen. Een gok omdat de kans ook zeer aanwezig was dat na jaren van voorspoed een periode van tegenslag zou komen. Iets wat historisch gezien altijd gebeurt (en dus ook gebeurt is). Dat er dan een aantal zekerheden in Groeivermogen zaten die dat risico konder verkleinen was meegenomen, maar de issue lag natuurlijk bij groei van de beurs.
Mijn bezwaar bij dit produkt was dan ook gelegen dat je alleen maar in de vastgestelde periode kon gaan profiteren van een oplopende beurs. Dat is een heel ander verhaal als je zelf aandelen koopt en zelf mag bepalen wanneer je ze gaat verkopen. Dan had je bij de 1e signalen je winst gepakt of had de aandelen jaren in je bezit gehad in de hoop dat ze ooit weer naar een oud niveau terug kunnen groeien.
Nu blijkt dat veel mensen zich bekocht voelen. Dat moet dan te maken hebben met de constructie en de manier waarop een produkt is verkocht.
De constructie was zoals in voorwaarden was vastgelegd. Had de beurskoers verder gestegen in een periode van 3 tot 5 jaar dan was iedereen gelukkig geweest. Maar het tegenovergestelde is gebeurd en voor een belegger is dat altijd een verdrietige situatie (tenzij er met put opties is gehandeld). Iedereen die dit (of gelijksoortige produkt(en) heeft gekocht moet dus vooral bij zich zelf te rade gaan. Het kan twee kanten op met beleggen, helaas is het de verkeerde kant opgegaan.
Als ik de stukjes echter goed lees vallen veel mensen over de manier waarop die produkten zijn verkocht. Ze zijn verkeerd voorgelicht. Of onvolledig voorgelicht. Dat is een kwalijke zaak van die desbetreffende adviseur/verkoper.
Waarom heb ik mij dan in het oorspronkelijke stuk zo kritisch uitgelaten over de consument? Omdat een advies een advies behoort te zijn. Niemand was toch verplicht om mee te doen?? Een advies behoort toch ook door u afgewogen te worden op haar waarde? Dat is het punt wat ik wilde maken.
Ik heb zelf helemaal niets met auto's en heb er ook geen verstand van. Ik stel mij dan voor dat ik op enig moment naar een autodealer ga voor de aankoop van een bepaalde auto in een bepaalde prijsklasse. Zijn advies is van belang, maar ik zal mij ook orienteren op andere bronnen. De brochure, gebruikerservaringen van mensen die er wel verstand van hebben, internet, dat soort dingen. Ook dat geeft mij geen garantie, maar ik zal er wel alles aan doen om mijn beslissing goed te nemen.
Is dat zo gek? Schijnbaar wel als ik de reacties lees. Er is een sterk opgelopen beurs. U wil mee doen. Er komt een produkt onder uw aandacht. Er komt een advies. En er wordt getekend. Had u toentertijd met heldere blik (dus niet verblind door die stijgende koersen) gelezen in de voorwaarden dan vraag ik mij af wat u toen gedaan zou hebben. Ik denk..zoals ik had geschreven dat veel mensen dan toch waren ingestapt. Waarom? Omdat er werkelijk sprake was van een bepaalde gekte in die tijd. Koerskoorts of zoiets.
Beste Jos,
In mijn stukje heb ik duidelijk aangegeven dat ik meer op zekerheid speel dan dat ik wilde gaan gokken.
Ik heb duidelijk gevraagd wat het risico voor de inleg zou zijn, anders zou ik niet meegaan. Nee, alles was volkomen veilig en gegarandeerd. Moet ik dan als leek zeggen meneer H. van de VSB (Fortis) te Vlissingen:" U kletst uit uw nek"?
Voor die meneer die zijn auot's bij een ander parkeert, ik ben zelfs niet meer geïnteresseerd in de sportclubs die door meneer F. gesponsord worden.
mvg vezet
Goh Jos,ik weet over welke product jij het hebt als je schrijft: "Ik kan alleen maar oordelen over het produkt Groeivermogen. Dat was in mijn ogen een correct produkt. Met duidelijke voorwaarden en met een vastgelegde goede voorstelling van zaken."
Of bedoel je deze producten?
Minder bekend maar daarom niet minder desastreus zijn de leaseproducten van de Firma Groeivermogen te Utrecht. Deze effectendienstverlener is een dochter van een Nederlandse onderneming, Fortis Investment Management, welke ressorteert onder de Belgische Fortis-bank. Deze ondernemingen samen en nog een groot aantal andere vormen samen de Fortisgroep, waar ook Fortis Bank Nederland deel van uit maakt. Merkwaardig is daarbij dat dit soort producten in België verboden waren, zoals trouwens in alle landen van de Europese Unie. Zou de Commissie Geschillen Aandelenlease (CGA), zoals op 3 sept. j.l. door Minister Zalm ingesteld, dan toch een soort politieke schuldbekentenis zijn? Immers, dit soort producten had noch door Justitie, noch door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) mogen worden toegelaten tot de Nederlandse markt.
Groeivermogen heeft in de periode 1996-2000 diverse leaseproducten op de markt gebracht, zoals "winstversneller", vermogensversneller", "koerswinststapelaar", "AEX-garantiecertificaten", ?beursversneller? en wellicht nog andere die wij nog niet kennen. Ze hebben alle een ding gemeen: " de afnemer van het produkt draagt alle risico, waarbij er voor de verkoper in alle gevallen een zekere opbrengst tegenover staat. In het merendeel van de gevallen is slecht of niet geadviseerd bij aankoop van het produkt. Rissico?s werden systematisch verdoezeld met allerlei termen waar de afnemer geen duidelijkheid over werd verschaft.
Er zijn nl. nog al wat verschillen in de overeenkomsten, de voorwaarden en het reclamemateriaal dat voor de diverse producten is gebruikt.
Ok Jos, groetje maar weer en succes met je autohandel
Hallo jos,
Ook ik zie mij nu genoodzaakt te reageren.
Nergens maar dan ook nergens kom ik in deze voorwaarden ook maar een waarschuwing tegen dat je je geld kwijt kunt raken met dit product.
Er is bovendien alles aan gedaan om er voor te zorgen dat het woord LENING in deze voorwaarden is komen te staan.
Ik heb deze overeenkomst door zeker wel tien verschillende mensen laten lezen.Bijna iedereen begreep hier wat anders uit.Niemand haalde eruit dat het een lening betrof en dat je je inleg kwijt kon raken.Over misleiding gesproken!
Na mijn uitleg denk ik bovendien dat deze mensen wel uitkijken om ooit wat bij jouw fabrikant aan te schaffen.
Ook door mij succes met je handel gewenst.
Wat een onzin lees ik hier zeg. Neem nou deze quote:
--
Ze hebben alle een ding gemeen: " de afnemer van het produkt draagt alle risico, waarbij er voor de verkoper in alle gevallen een zekere opbrengst tegenover staat.
--
Ja, dank je de koekkoek. Dat is ALTIJD het geval. U wilt beleggen. Daarmee neemt u het risico van een waarde ontwikkeling die wordt veroorzaakt door de beurs. Waarom zal iemand anders dat risico van u overnemen?
En dan die vergelijking over die auto:
--
Alleen is het in de auto industrie wel zo dat als een bepaald model op een gegeven moment een defect vertoont, deze modellen door de fabrikant allemaal naar de naar de dealer worden teruggeroepen om te worden hersteld.
--
Het is niet de auto die heeft gefaald, het was de weg die was ingestort. De BEURS ging naar beneden. Dat schijnt historisch een negatief effect te hebben op je beleggingen. Wie is hier nou eigenlijk gek?
De adviseur heeft ons verklaard ook al zakt de weg in uw auto komt aan de overkant, het is een veilig product,zelfs in de meest extreme omstandigheid.
Reactie op voorgaande post:
De adviseur heeft dan gelogen. De voorwaarden van het produkt lijken mij namelijk wel correct. Ik heb mij er zelf nooit echt goed in verdiept maar het lijkt mij toch duidelijk dat je alleen kan profiteren van koerswinst bij een oplopende beurs. Als die beurs instort ben je de grootste waarde van je pakket aandelen kwijt.
Een goed adviseur heeft je dan hopelijk gewezen op de mogelijkheid van een gegarandeerde uitkering. Die is alleen maar zinvol ALS die beurs daadwerkelijk is ingestort. Dan heb je in ieder geval (het meeste) van je inleg weer terug. Dan heb je niets verdiend en niets gewonnen. Maar dat neemt niet weg dat je wel (of ook) je betaalde rente kwijt bent over dat krediet.
Je bent de sigaar als je belegt met je spaargeld en de beurs keldert en je bent dubbel de sigaar als je dat doet met geleende gelden. Als je dan niet eens weet dat je geld heb geleend dan is er zowel sprake van een geslepen verkoper als van een domme belegger. Dan komt spijt achteraf, maar zo werkt het niet in die wereld.
Grappige discussie hier. Wat mij opvalt is dat iedereen Jos succes wenst met zijn autohandel. Maar als je ook hier de moeite had genomen iets verder te lezen dan had je kunnen zien dat hij in de internetindustrie werkzaam is. Moge dat een voorbeeld zijn van de stelling dat er teveel geluisterd, en te weinig gelezen wordt.
Sorry hoor, maar Jos begon zelf de link te leggen naar de autohandel.
mvg. vezet
Volgens mij gebruikte de heer Herni een stukje beeldspraak om zijn punt duidelijk te maken. Als u op een dergelijke manier al uw gesprekken beoordeeld is het voor mij geen wonder dat u zich nu misleid voelt.
Er is inderdaad sprake van iemand die nog nooit heeft belegt, want daar was dit product door Fortis toch ook voor ontwikkeld? De adviseurs van de VSB bank hebben dit product in plaats van een spaarproduct aan de man gebracht,aan spaarders van hun bank, met misleidende praatjes.Dat dit product niet deugt blijk ook uit het feit dat Fortis de stekker uit groeivermogen heeft getrokken.De VSB bank was een SPAARBANK! En zijn klanten SPAARDERS en geen GOKKERS.
De VSB bank heet bij ons in de wijk tegenwoordig de Veel Spaarders Bedrogen bank.
Als mijn zoon op het gymnasium weer eens een spreekbeurt of werkstuk naar vrije keuze mag maken, kan hij het over oplichting houden. Ik heb hier namelijk genoeg informatie over.
Om even op dit stukje terug te komen "Het is niet de auto die heeft gefaald, het was de weg die was ingestort. De BEURS ging naar beneden. Dat schijnt historisch een negatief effect te hebben op je beleggingen. Wie is hier nou eigenlijk gek?"
Moet ik toch even het volgende zeggen: De auto heeft hier wel degelijk gefaald.Zelfs als de weg niet was ingestort.De BEURS gelijk zou zijn gebleven of heel licht naar boven was gegaan. Ook dan zou zijn gebleken,dat dit product waardeloos is. Van mij mag je je laatste vraag nu zelf beantwoorden!
Wat een bizarre redenering! Als de beurs gelijk of lager zou zijn geweest dan is er inderdaad geen koerswinst gehaald. Je hebt toch wel door dat een beleggingsprodukt alleen maar zin heeft als koersen stijgen? Wat had je dan gedacht? Dat je rijk zou worden bij een gelijkblijvende beurs? Als dit je gedachtengoed is over de onredelijkheid of kwaliteit van financiele instellingen dan zegt dat alles over jou en niets over de rest.
Nee, niet rijk, maar op zijn minst gelijk, zoals de adviseur mij als leek heeft beloofd anders had ik natuurlijk nooit meegedaan en vele andere ook niet.
Een bank adviseert produkten voor een bepaalde doelgroep. Bij Fortis werd (ook) ingespeeld op mensen die bereid waren te beleggen. Dat waren vooral veel mensen die nooit eerder hadden belegd. Maar de drang om mee te doen (hebzucht is een normale menselijke eigenschap) werd te groot toen de beursen jarenlang alleen maar de weg naar boven konden vinden.
Ik moet dit toch even vertalen.
In het begin van 1998 verschenen de volgende "advertenties" op bankafschiften van de VSB bank : Waneer gaat uw spaargeld profiteren van de beurs? VSB beursprofijtsparen: wel het rendement, niet het risico!
en
Zelfs slechte tijden worden goede tijden op de beurs met de vermogensversneller van de VSB Bank. Dubbele koerswinst en profiteren van een tussentijdse koersdaling in het eerste jaar.
Maar ja de reactie was niet zo groot denk ik.
Dus er moest maar een andere doelgroep worden uitgekeken.Dit waren dus de gewone spaarders met een behoorlijk banksaldo.
In je eerste stukje schijf je ?Als je b.v. geen geld had om te beleggen kon je door te lenen toch meedoen.?
Bij de VSB bank werd je alleen maar benaderd als je geld had.Dit is dus de trigger bij deze bank. Om mijn kinderen te behoeden voor dit soort praktijken heb ik hun spaarrekeningen nu bij een ander bank ondergebracht.
En ik denk bij hebzucht meer aan de adviseurs die op provisie basis dit soort producten aan de man brachten.
Hoe kan men in zo'n geval eigenlijk van een objectief advies spreken?
Zeker net zo duidelijk product als Aegon Sprintplan?
Zeker ook zo'n duidelijk product als
het Aegon Sprintplan?
Zie ook http://www.nu.nl/news.jsp?n=459333&c=32
Volgens mij begint het er eindelijk op te lijken, dat het recht in nederland zich enigzins aan het herstellen is.
Aegon de dupe
Ook Aegon lijkt de dupe te kunnen worden van haar aandelenlease product, Sprintplan. Aegon-dochter Spaarbeleg is volgens de Utrechtse rechtbank in de fout gegaan bij de verkoop van meer dan honderdduizend Sprintplannen. Met dit vonnis in de hand bestaat de kans dat duizenden beleggers zich als gedupeerden bij de poorten van de rechtbank zullen melden. De producten, als bijna risicoloos verkocht, zijn inmiddels waardeloos. (VK, p.7)
Hallo Jos,
Mischien wil je dit stukje nog eens uitleggen aan een aantal gedupeerden met een journalist erbij?
"Een bank adviseert produkten voor een bepaalde doelgroep. Bij Fortis werd (ook) ingespeeld op mensen die bereid waren te beleggen. Dat waren vooral veel mensen die nooit eerder hadden belegd. Maar de drang om mee te doen (hebzucht is een normale menselijke eigenschap) werd te groot toen de beursen jarenlang alleen maar de weg naar boven konden vinden.
Ik kan alleen maar oordelen over het produkt Groeivermogen. Dat was in mijn ogen een correct produkt. Met duidelijke voorwaarden en met een vastgelegde goede voorstelling van zaken."
Bah !!
In een tijd waarin iedereen het heeft over vrijheid van meninguiting zijn er hier een aantal mensen tussen die alleen maar anoniem kunnen dreigen en brullen!
Ik heb OP MIJN HELE site de comments EVEN uitgezet omdat ik bezig ben (was) met het testen van een andere comment systeem. Dat had ik al eerder gedaan via mijn andere weblog en daar zijn de commentaren er veel langer uitgehaald. Waarom? Omdat ik via BLOGGER mijn weblog laat verzorgen en het laat hosten via een provider in Nederland. Er zat zeer regelmatig een vertraging van dagen in het posten en het kunnen lezen van een commentaar. Bedunkt...reden genoeg om dat te verbeteren. En het systeem wat ik daarvoor wens te gebruiken (bloggkomm) schrijft voor dat je dan even je oude systeem uit zet.
En dan komt er toch een hoop bagger binnen! En wat mij vooral tegen staat is het anoniem dreigen naar mijn kant. Luister goed vrienden: ik heb een mening, niet eens zoveel anders al die van jullie. En ik geef dan ook nog ruimte voor mensen om daar op te reageren. Er zijn volgens mij nuttiger plekker om dat te doen, maar u verkiest het hier omwille van 1 (1!!!) mening te doen. En dat mag ook nog. Maar hou het netjes, en doe het met manieren. Ik weet dat ik anoniem posten toelaat, maar dat is helaas een eigenschap van Blogger. Een van die redenen om eens wat anders te proberen. In die reden voel ik mij nu wel heel erg gesterkt (helaas wil het niet erg lukken op dit moment).
Ok jos,hierin heb je gelijk, sorry
Ik vraag mij af hoeveel mensen er zijn opgelicht met de Millennium Versneller van Fortis Groeivermogen.
Fortis wil rechtsgang voorkomen.
En waarom?
Zijn ze soms bang dat de waarheid aan het licht komt?
Vanavond bij KASSA gezien: zelfs stofzuigerverkopers brachten FORTIS poducten aan de man. Gekker moet het toch niet worden.
FORTIS VERLIEST WEER
Uitspraak KCD nr. 27 d.d. 24-02-2005.
Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 27 d.d. 24 februari 2005
(mr. W.A. Jacobs, plv. voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en G.G.J. Kuttschreuter RA)
VASTSTAANDE FEITEN
Klaagster heeft voor haar zoon (thans klager), via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder met de aanbieder (hierna te noemen: Y) een overeenkomst betreffende een effectenleaseproduct gesloten. Op 23 september 1998 heeft klager een deelnameformulier ondertekend.
Het effectenleaseproduct houdt in dat de afnemer (lessee) ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder (lessor) least in de vorm van huurkoop, hetgeen betekent dat de aankoop daarvan (op ter-mijn) volledig door Y wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \"deelnamebedrag\". Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over de aankoopsom van de aandelen, waarover korting wordt ver-leend indien het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling wordt voldaan.
Voorts is aan het product de mogelijkheid verbonden een verzekering tegen koersdaling te sluiten. De pre-mie bedraagt een percentage van de aankoopsom. Deze verzekering dekt een even-tuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat Groeivermogen het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
Onderdeel van de overeenkomst is voorts een clausule. Deze clausule houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan de waarde van de aande-len op de afloopdatum verminderd met de laagste gezamenlijke waarde van de aandelen gedurende de overeenkomst. De prijs van deze clausule bestaat uit een premie ter grootte van een percenta-ge van de aankoopsom en de dividenden die op de aandelen worden uitgekeerd.
De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
Ter zake van de op 23 september 1998 door klager afgesloten overeenkomst heeft hij een deelnamebedrag betaald van ? 2.356 (? 5.191), bestaande uit rente over de aan-koopsom van de aandelen en een premie voor de clausule ten bedrage van ? 542. Klager had geen verzekering tegen koersdaling afgesloten.
Op verzoek van klaagster is de overeenkomst beëindigd. Bij verkoop d.d. 20 augustus 2003 bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Aangezien klager de overeenkomst tussentijds heeft beëindigd en geen verzekering tegen koersdaling had afgesloten moest hij ? 1.198 bijbetalen.
HET GESCHIL
Klacht en verweerschrift
De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in.
Klaagster behartigt de klacht van haar zoon omdat deze de Nederlandse taal niet goed machtig is en hij op haar advies een aandelenleaseovereenkomst heeft gesloten. Klaagster spreekt evenmin goed Nederlands. Bovendien verkeerde zij ten tijde van het aangaan van het contract in ernstige psychiatri-sche moeilijkheden. Verweerder was daarvan op de hoogte.
In augustus 1998 liep een spaarrekening van klaagster af. Zij wilde klager de opbrengst daarvan schen-ken omdat hij leefde van een bijstandsuitkering en het bedrag bedoeld was voor toekomstige onvoorziene uitgaven of een mogelijk huwelijk. Klaagster informeerde bij haar vaste adviseur (hierna te noemen: B) naar de mogelijkheden om het spaargeld, dat inmiddels ? 9.000 bedroeg, vast te zet-ten. B adviseerde klager vervolgens om met ongeveer ? 5.000 deel te nemen aan de effectenleaseovereenkomst.
In eerste instantie deelde B klaagster mede dat het eindbedrag mogelijk op ? 15.000 zou uitkomen, waarop klaagster hem mededeelde dat haar zoon vanwege zijn bijstandsuitkering in de problemen zou komen. B verzekerde klaagster vervolgens dat het eindbedrag waarschijnlijk precies op ? 9.000 zou uitkomen. Klaagster heeft volledig vertrouwd op de mededelingen van B en raadde haar zoon aan een effectenleaseovereenkomst af te sluiten. B heeft klagers niet op de hoogte gebracht van de speci-fie-ke eigenschappen van het product.
Verweerders incorrecte voorlichting heeft ertoe geleid dat klager de overeenkomst is aangegaan zonder te begrijpen wat precies de werking en risico?s van het effectenleaseproduct waren. Klaagster heeft ver-trouwd op de verzekeringen dat het spaargeld van haar zoon veilig werd belegd. Indien verweerder kla-gers naar behoren had voorgelicht, dan zou klager de overeenkomst niet zijn aangegaan.
In 2002, na ontvangst van het jaaroverzicht van 2001, realiseerde klaagster zich dat er iets mis was.
Eerst ruim een jaar later ontving klaagster antwoord op haar verzoek om duidelijkheid. Toen klagers vernamen dat de inleg geheel verloren was gegaan hebben zij besloten het contract voortijdig te be-ëin-digen teneinde verdere verliezen te voorkomen. Klager diende een bedrag van ? 1.085 aan rest-schuld te voldoen, hetgeen klaagster heeft betaald.
Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie en van de ontvankelijkheid van klager verweren gevoerd zoals hierna, onder \'beoordeling van de klacht\' weergegeven.
Voor het geval de Commissie die verweren verwerpt is in het verweerschrift, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
Verweerder legt een verklaring van B over waarin deze stelt zich het gesprek met klaagster te herinne-ren. Klaagster begreep ondanks haar gebrekkig Nederlands zijn uitleg. Hij heeft het product aan de hand van de informatie die hij tot zijn beschikking had toegelicht, waaronder het gegeven dat zij zou beleggen met geleend geld, de vooruitbetaalde rente aftrekbaar was en over het bestaan van de
verzekering tegen koersdaling.
Verweerder bestrijdt derhalve dat klaagster vóór het aangaan van de overeenkomst onvoldoende en onjuist is geïnformeerd omtrent de werking en de risico?s van het effectenleaseproduct. Bovendien is klager in het geheel niet mondeling geïnformeerd over het product. De rol van verweerder ten aanzien van klager was dus beperkt tot het aanbrengen van klager bij Y.
Verweerder stelt voorop dat slechts een beperkte zorgplicht toepasselijk is op zijn in de klacht bedoelde optreden aangezien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet duidelijk was welke publiekrech-te-lijke voorschriften betreffende de zorgplicht golden voor cliëntenremisiers - in welke hoedanigheid verweerder meent te zijn opgetreden - en de \'know your customer\'-regel pas sinds 1 juni 1999 is opge-nomen in art. 28, eerste lid, van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat een effecteninstelling ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet gehouden was informatie in te winnen betreffende de financiële positie, beleggingservaring en be-leg-gingsdoelstellingen van een cliënt, terwijl verweerder daartoe als remisier al helemaal niet verplicht was.
Overigens waren verweerder geen omstandigheden bekend waaruit hij had moeten afleiden dat het effectenleaseproduct voor klager een ongeschikte beleggingsvorm was, of dat dit product niet aan deze cliënt aangeboden had mogen worden. De financiële en persoonlijke omstandigheden van klaagster zijn in deze niet relevant aangezien zij niet zelf bij de overeenkomst dan wel de klacht is betrokken.
Voorts stelt verweerder dat klagers voldoende en juiste informatie hebben ontvangen omtrent de wer-king van het effectenleaseproduct, in de vorm van de bij het product behorende brochure, het door klager ondertekende deelnameformulier, en de tekst van de \"Overeenkomst\" respectievelijk \"Voorwaarden\" waarnaar in het deelnameformulier nadrukkelijk wordt verwezen. Met betrekking tot het product is in deze stukken naar verweerders inzicht voldoende duidelijk gewezen op de mogelijkheid dat de deelnemer geen uitkering ontvangt, in welk geval hij zijn netto kosten verliest. Klagers konden dit ook begrijpen uit de toelichtingen op de verzekering tegen koersdaling. Onder A op het deelnameformulier staat vermeld: ?een VermogensVersneller zonder [verzekering tegen koersdaling]. Een eventueel nadelig verschil tussen de verkoopwaarde en de aankoopwaarde van de Aandelen komt voor mijn rekening.?
Ten slotte is verweerder van mening dat klagers ook over de leenconstructie voldoende zijn voorgelicht. Verweerder verwijst hiertoe naar enkele passages uit de overeenkomst en uit diverse uitspraken.
Voor zover de Commissie zich bevoegd acht de klacht in behandeling te nemen meent verweerder dat die moet worden afgewezen. Hij verzoekt klagers te veroordelen in de door hem gemaakte kosten.
Nadere schriftelijke opmerkingen van partijen
De Commissie heeft klaagster in de gelegenheid gesteld op het verweerschrift te reageren.
Klagers benadrukken dat klaagster B uitdrukkelijk om een spaarproduct heeft gevraagd. Verweerder vermeldt niet dat B wist in welke persoonlijke en financiële omstandigheden klagers verkeerden, en dat klager wegens inkomen uit slechts een bijstanduitkering niet in aanmerking zou kunnen komen voor fiscaal aftrekbare rente. Tevens was B ervan op de hoogte dat klaagster het geld voor haar zoon ?beheerde? en dat hij slechts het deelnameformulier heeft ondertekend.
BEHANDELING TER ZITTING
Klaagster verklaart dat zij geld voor haar zoon had gespaard. Zij had dat geld op een spaar-rekening staan en kwam op kantoor om de spaarrekening waarop het geld voor drie jaar vaststond te verlen-gen. B stelde haar vervolgens voor om de spaarrekening in een andere vorm voort te zetten.
B beaamt dat er een deposito ten name van klaagster verviel. Omdat het effectenleaseproduct toen-tertijd een populair product was heeft hij het aan klaagster geadviseerd. B heeft het product aan de hand van de brochure uitgelegd. Hij ging er op dat moment vanuit dat dit meer zou opleveren dan een deposito. Desgevraagd verklaart B dat hij onderhavig product vandaag de dag met de wetenschap van nu niet meer zou adviseren.
De ter zitting aanwezige dochter van klaagster die ook bij het gesprek met B aanwezig was brengt naar voren dat tijdens dit gesprek het woord ?lening? niet is gevallen. Ook zij had begrepen dat het om een spaarrekening ging. B beaamt hetgeen de dochter vertelt.
Ten slotte verklaart B dat hij op de hoogte was van klaagsters persoonlijke en financiële situatie.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
Voorvragen
Verweerder heeft gesteld dat de Commissie niet bevoegd is deze klacht in behandeling te nemen omdat die geen betrekking heeft op een handelen of nalaten in verband met effectendienstverlening als bedoeld in art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI. Daartoe heeft verweerder verwezen naar de toelichting op deze bepaling, inhoudend dat bij nadere invulling van het begrip ?effectendienstver-le-ning? uitgangspunt is dat er een contractuele relatie moet zijn tussen de belanghebbende en de deelnemer, op grond waarvan bepaalde effectendiensten worden verricht.
Verweerder heeft betoogd dat een dergelijke contractuele relatie heeft ontbroken, en het optreden van zijn rechtsvoorganger beperkt is gebleven tot (terloopse) begeleiding van klager bij deelname aan de effectenleaseproducten, met dien verstande dat slechts is gewezen op de mogelijkheid van die deelname. Van advisering omtrent effectentransacties is, aldus verweerder, geen sprake geweest.
De Commissie stelt vast dat verweerders rechtsvoorganger klagers op het effectenleaseproduct heeft geattendeerd, terwijl het deelnameformulier telkens door tussenkomst van verweerder is ingevuld en in behandeling genomen.
Aldus is het door klager aanvaarde aanbod tot het aangaan van het onderhavige contract naar het oordeel van de Commissie mede door verweerder gedaan. Zulke betrokkenheid bij de totstandko-ming van een overeenkomst betreffende aandelenlease is aan te merken als effectendienstverlening in de zin van art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI, die in het licht van art. 6:217, eerste lid, BW heeft plaatsgevonden krachtens een contractuele relatie tussen partijen.
De Commissie verwerpt derhalve het verweer.
Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat klaagster in deze klacht niet kan worden ontvangen in verband met art. 7.2 Reglement Klachtencommissie DSI, waarin is bepaald dat een klacht niet in behandeling wordt genomen indien er meer dan een jaar is verstreken tussen het tijdstip waarop de belanghebbende van de feiten kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen, en het tijdstip waarop de klacht aan de desbetreffende deelnemer is voorgelegd. Verweerder meent dat als eerstbedoeld tijdstip heeft te gelden de dag waarop klaagster het deelnameformulier heeft ondertekend, aangezien zij vanaf dat moment geacht moeten worden op de hoogte te zijn geweest van de aard van de effectenleaseproducten en de daaraan verbonden risico\'s. Nu klaagster dat deelnameformulier heeft ondertekend op 23 september 1998, is de klacht naar verweerders inzicht eerst na het verstrijken van de zo-even genoemde termijn, namelijk omstreeks 30 augustus 2004, aan hem voorgelegd.
De Commissie verwerpt ook dit verweer. De klacht houdt in dat het aan verweerders handelen of nala-ten te wijten is geweest dat klaagster zich bij het aangaan van de overeenkomst geen of onvoldoende rekenschap kon geven van de daaruit voortvloeiende risico\'s. Klaagster stelt dat die risico\'s pas duidelijk zijn geworden toen bekend werd dat zij verlies leed. Dat was in deze zaak toen klaagster het jaar-over-zicht van 2001 onder ogen kreeg.
Inhoudelijke beoordeling van het geschil
Bij de beoordeling van het geschil stelt de Commissie het volgende voorop.
Verweerder kan niet worden gevolgd in diens betoog dat de op hem rustende zorgplicht werd beperkt doordat hij slechts als cliëntenremisier is opgetreden en dat ten tijde van het aangaan van de overeen-komst geen publiekrechtelijk voorschrift aan die dienstverlening bijzondere eisen stelde.
Verweerders rechtsvoorganger heeft het effectenleaseproduct onder de aandacht van cliënt dan wel diens moeder gebracht terwijl het deelnameformulier via diens bankkantoor in behandeling is genomen. Opmerking verdient dat de medewerker in het deelnameformulier is aangeduid als \"adviseur\". Daarmee geeft die rechtsvoorganger te kennen dat hij is opgetreden als effecteninstelling. De omstan-digheid dat het onderhavige effectenleaseproduct is ontwikkeld door, en werd aangegaan met, een andere vennoot-schap (die overigens, naar de Commissie heeft vastgesteld, eveneens tot het concern van verweerder behoorde) beperkt verweerders rol bij het aangaan van de overeenkomst niet tot optre-den als remisier. Voorts kan niet worden aanvaard dat een effecteninstelling vóór het inwerkingtreden van art. 28 van de toenmalige Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 op geen enkele manier gehouden was zich rekenschap te geven van de financiële omstandigheden, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van haar (potentiële) cliënt. De zorgvuldigheid die een effecteninstelling jegens haar (potentiële) cliënten in acht heeft te nemen wordt in algemene zin bepaald door de eisen van rede-lijk-heid en billijkheid. Reeds die eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de effec-ten-instelling zich ervan heeft te vergewissen of de dienstverlening die, of het product dat, de (potentiële) cliënt wordt aangeboden in overeenstemming is met hetgeen de cliënt wenst te bereiken en - zeker indien het aangebodene tot financiële verplichtingen van de cliënt kan voeren - met diens finan-ciële omstandigheden.
Voorts stelt de Commissie vast dat de desbetreffende rechtsvoorganger van verweerder een spaarbank was, hetgeen bepalend was voor zowel de verlangens als de verwachtingen van vele cliënten van die rechtsvoorganger. Het stond verweerder vrij zijn cliënten te wijzen op andere mogelijkheden tot inves-tering van saldi dan de traditionele spaarvormen, maar verweerder diende er rekening mee te houden dat deze cliënten veelal dachten in termen van sparen. Reeds daarom bracht de op verweerder rusten-de zorgplicht mee dat hij nadrukkelijk moest waarschuwen voor de negatieve kanten van de door hem aangeboden producten, met name het risico dat de investering van de cliënt grotendeels of zelfs geheel verloren kon gaan.
Dat geldt te meer omdat de onderhavige effectenleaseconstructie gecompliceerd is waardoor niet mag worden aangenomen dat de gemiddelde consument spoedig zal doorgronden welk nettorendement te verwachten is, terwijl de rente die over het geleende (voorgeschoten) bedrag wordt geheven en de in rekening gebrachte premies meebrengen dat de constructies slechts bij beduidende en langdurige koersstijgingen een - in vergelijking met traditionele spaarvormen - aantrekkelijk rendement opleveren.
Naar de kern genomen houdt de klacht in dat verweerder klagers op wervende wijze op het effecten-leaseproduct VermogensVersneller heeft gewezen, doch ontoereikende voorlichting heeft gegeven omtrent de aan dit product verbonden risico\'s. Dienaangaande is volgens klagers zelfs met stelligheid de onjuiste mededeling gedaan dat de inleg niet verloren kon gaan, op welke mededeling klagers hebben vertrouwd.
Daar heeft verweerder - eveneens naar de kern genomen - tegenover gesteld dat het bij het product behorende voorlichtingsmateriaal de mogelijkheid dat de inleg verloren gaat met voldoende duidelijkheid vermeldt, terwijl het ervoor gehouden moet worden dat zijn medewerker, die het product aan de hand van de bijbehorende brochure heeft uitgelegd, geen mededelingen heeft gedaan waaruit klaagster in redelijkheid heeft kunnen opmaken dat teruggave van tenminste de inleg gegarandeerd zou zijn. Bovendien heeft klager geen verzekering tegen koersdaling afgesloten. Uit de brochure en het deelname-formulier blijkt dat indien geen verzekering wordt gesloten de cliënt het risico loopt dat aan het eind van de looptijd een schuld resteert.
Hieromtrent overweegt de Commissie als volgt.
In de aan de Commissie overgelegde brochure betreffende het effectenleaseproduct is sterk de nadruk gelegd op een verwachting van flinke en aanhoudende koersstijgingen. Naar het oordeel van de Commissie kan niet worden gezegd dat, op het moment waarop verweerder deze informatie beschik-baar stelde, in deskundige kring de stellige verwachting bestond dat aandelenkoersen een aanhouden-de en min of meer belangrijke stijging zouden blijven vertonen. Van een effectendeskundige moet wor-den verwacht dat hij ook rekening houdt met ingrijpende, en mogelijk langdurige, koersdalingen. De suggestie van bestendige koersstijgingen tot het moment waarop de effectenleaseconstructie tot uitke-ring zou komen, die de door verweerder uitgegeven brochure doet, weerspiegelt derhalve een grotere zekerheid dan een effectendeskundige mag bieden. De brochure in zijn geheel kan bij de gemiddelde consument de indruk wekken dat geen risico wordt gelopen, en bevat onvoldoende waarschuwing dat de effectenleaseconstructie geen beter, of zelfs een slechter, nettorendement kan opleveren dan een rentedragend spaardepot. Het is derhalve goed mogelijk dat de medewerker van verweerder bij het gegeven van aanvullende informatie op de brochure, over het product een onjuist beeld van de risico?s heeft gegeven. B heeft ter zitting verklaard dat hij slechts aan de hand van de brochure het product heeft toegelicht. De Commissie acht het derhalve aannemelijk dat een onjuist beeld van de risico?s is ge-schetst.
Voorts heeft in een geval als het onderhavige, dat zich hierdoor kenmerkt dat een professionele aanbie-der van financiële producten een beleggingsproduct, waarvan het mogelijk nettorendement en de risi-co\'s voor de gemiddelde consument niet eenvoudig te doorgronden zijn, bij een (potentiële) cliënt aan-prijst, te gelden dat die (potentiële) cliënt in beginsel mag vertrouwen op de juistheid en volledigheid van de mededelingen die hem - mondeling of schriftelijk - persoonlijk worden gedaan.
Onjuistheid of onvolledigheid van zulke tot de (potentiële) cliënt persoonlijk gerichte mededelingen komt voor risico van de aanbieder van het beleggingsproduct, tenzij deze er in redelijkheid van kon uitgaan dat de cliënt over voldoende kennis beschikte om de aard, het mogelijk rendement en de risico\'s van het aangeboden product op eigen kracht te doorgronden. Indien de aanbieder van het beleggingsproduct dat niet mocht aannemen kan hij zich er niet met succes op beroepen dat nauwgezette bestudering van de bij het beleggingsproduct behorende documentatie de (potentiële) cliënt had kunnen leren dat de tot hem persoonlijk gerichte mededelingen geen juiste of volledige beschrijving van het product, het moge-lijke nettorendement en de aan het product verbonden risico?s gaven.
Een en ander brengt de Commissie tot de vaststelling dat klager het deelnameformulier heeft onderte-kend omdat klaagster mededelingen zijn gedaan die klagers hebben opgevat, in redelijkheid ook kon-den opvatten, als de verzekering dat klagers investering niet verloren kon gaan.
Daarbij komt dat B klaagster kende, wist dat zij de Nederlandse taal niet goed en haar zoon deze vrijwel niet machtig was en op de hoogte was van haar financiële en psychische situatie. Ook heeft klaagster, door verweerder onvoldoende weersproken, gesteld dat zij verweerder duidelijk heeft gemaakt dat zij een aanvulling op de bijstandsuitkering van klager wilde regelen. In de gegeven omstandigheden had een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur niet mogen adviseren deel te nemen aan de gewraakte aandelen-leaseconstructie, zeker niet zonder een krachtige en voor geen misverstand vatbare waarschuwing voor de risico?s daarvan.
Verweerder was gehouden er op toe te zien dat klagers in het met hem gevoerde gesprek indringend werden gewezen op de mogelijkheid dat het nettorendement van de effectenleaseconstructie lager kan zijn dan de rente op een traditionele spaarvorm, verlies van de inleg niet uitgesloten is, en zonder de \"0%-koersrisicoverzekering\" evenmin is uit te sluiten dat een schuld aan verweerder resteert.
Aan die verplichting heeft verweerder niet voldaan. Dientengevolge heeft verweerder niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur verlangd moet worden. De Commissie gaat ervan uit dat klager de overeenkomst niet zou hebben gesloten indien hij en klaagster met de vereiste indringendheid op bovengenoemde eigenschappen van het effectenleaseproduct zou-den zijn gewezen.
Derhalve oordeelt de Commissie dat verweerder klager het door hem voldane bedrag alsmede het bedrag van de restschuld moet vergoeden, zijnde ? 2.356 + ? 1.198 = ? 3.554. Over dit bedrag dient verweerder gederfde creditrente te vergoeden, die de Commissie naar redelijkheid vaststelt op
3 ½ %, te rekenen vanaf de dag waarop klaagster het deelnamebedrag heeft voldaan en tot aan de dag waarop de klacht voor het eerst ter kennis van verweerder is gebracht. Voorts dient verweerder over het met deze rentevergoeding verhoogde bedrag rente te vergoeden gelijk aan de wettelijke rente, vanaf de dag waarop de klacht voor het eerst aan hem is voorgelegd en tot aan de dag waarop verweerder volledig aan zijn betalingsverplichting zal hebben voldaan. Ook dient verweerder aan klager de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad ? 50 te ver-goeden.
UITSPRAAK
De Commissie stelt het bindend advies vast dat verweerder binnen één maand na de dag van verzen-ding aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klager vergoedt een bedrag van ? 3.554, te vermeerderen met een vergoeding voor gederfde creditrente ter hoogte van 3 ½ %, ingaande op de dag waarop klager de krachtens de overeenkomst verschuldigde betaling aan verweerder heeft ver-richt en tot aan de dag waarop de klacht voor het eerst bij verweerder is ingediend, en het met deze vergoeding verhoogde bedrag verder te vermeerderen met rente gelijk aan de wettelijke rente, ingaan-de op de dag waarop de klacht bij verweerder is ingediend en tot aan de dag van algehele voldoening, en verder te vermeerderen met de door klager voldane bijdrage in de kosten van behan-deling van deze klacht ad ? 50.
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
OPROEP
Aan alle aandelenlease gedupeerden
Op 1 juni 2005 organiseert het Platform Aandelen Lease (PAL) een landelijke demonstratie in Den Haag tegen de veroorzakers van dit drama dat ons land miljarden euro?s kost.
Alle aandelenlease gedupeerden worden opgeroepen hieraan mee te doen.
Al jaren gaat Nederland gebukt onder de aandelenlease affaire en heeft honderdduizenden gedupeerden in financiële, geestelijke, sociale en maatschappelijke problemen gebracht.
Er is een zogenaamde bemiddelingspoging opgezet door De Nederlandsche Bank waar alleen de banken beter van worden. De broodnodige rechtszaken zijn door de rechtbanken voor langere tijd aangehouden waardoor er geen recht meer wordt gesproken in onze strijd tegen Dexia en waardoor deze bank maar ook Aegon tegen een catastrofe wordt beschermd.
Protesteer hiertegen en demonstreer mee.
Kom naar het Malieveld, loop mee in deze demonstratietocht naar de Tweede Kamer en laat zien dat het water ons aan de lippen staat.
Nog een jaar wachten op recht en ons geld is letterlijk en figuurlijk dodelijk voor veel gedupeerden. De tijd van thuis blijven zitten en hopen dat het probleem zich vanzelf oplost is voorbij.
Ook de aandelengedupeerden van andere aanbieders zoals Aegon, Fortis, Levob, Ohra, DSB, Nationale Nederlanden, SNS en Delta Lloyd worden opgeroepen om mee te doen met de grootste demonstratie van dit jaar tegen het onrecht genaamd aandelenlease.
Neem spandoeken mee, beschilder uw kleding, het maakt niet uit. Als u maar zorgt dat de boodschap overkomt.
Vertrek vanaf het Malieveld om 1300 uur.
Dit aandelenlease drama mag niet in de doofpot verdwijnen!
Laat zien dat de grens is bereikt, wij eisen RECHT !!
Voor meer informatie:
Piet Koremans 06-44422838 demonstratie@platformaandelenlease.nl
www.platformaandelenlease.nl Informatiecentrum voor aandelenlease gedupeerden
Aan ieder die dit leest: stuur dit bericht naar zoveel mogelijk mensen door, en vraag of zij dit ook doen.
bvd,
En alweer
Uitspraak KCD nr. 51 d.d. 04-05-2005.
Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 51 d.d. 4 mei 2005
(mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA)
VASTSTAANDE FEITEN
1. Klaagster heeft, telkens via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, Y, met de vennootschap X twee overeenkomsten betreffende het effectenleaseproduct A en één overeenkomst betreffende het effectenleaseproduct B gesloten.
De Commissie heeft uit de haar voorgelegde klachten betreffende de door X ontwikkelde effectenleaseproducten opgemaakt dat X behoort tot het concern waartoe ook verweerder behoort, maar niet tot hetzelfde onderdeel van dat concern. X was (en is) niet als deelnemer bij DSI geregistreerd.
1.1. Het product B houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, waarbij de aankoopsom gedurende de looptijd van de overeenkomst door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \"deelnamebedrag\". Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend indien het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling wordt voldaan.
Voorts is aan het product de mogelijkheid verbonden een \"verzekering \" te sluiten. De premie bestaat uit de bruto dividendopbrengsten en een percentage van de aankoopsom. De \"verzekering \" dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \"C\". Deze houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan de waarde van de aandelen op de afloopdatum verminderd met de laagste gezamenlijke waarde van de aandelen gedurende de overeenkomst. De prijs van deze \"C\" bestaat uit een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom en de dividenden die op de aandelen worden uitgekeerd.
De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
Het product A houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, waarbij de aankoopsom gedurende de looptijd van de overeenkomst door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \"deelnamebedrag\". Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend omdat het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling moet worden voldaan.
Aan het product is een \"verzekering \" verbonden. De premie bestaat uit de bruto dividendopbrengsten en een percentage van de aankoopsom. De \"verzekering \" dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \"D\". Deze \"D\" (ten hoogste vier per overeenkomst) houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan het bedrag waarmee de verkoopwaarde van de aandelen de aankoopsom overstijgt, met een maximum van 76,63% van de aankoopsom. Per \"D\" betaalt de afnemer een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom van de aandelen.
De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
De looptijd van de E is, zoals in het voorgaande besloten ligt, vijf jaar.
1.2. Ter zake van de op 25 november 1997 respectievelijk 2 oktober 1998 aangegane overeenkomsten B 1997/3 en 1998/4 heeft klaagster een deelnamebedrag betaald van ? 2.824 (? 6.223) respectievelijk
? 2.889 (? 6.366). In dit bedrag was een premie voor de \"verzekering \" begrepen ten bedrage van 12,5% respectievelijk 15% van de aankoopsom, en een premie voor de \"C\" ten bedrage van 16,25% respectievelijk 15,25% van de aankoopsom.
De overeenkomsten zijn afgelopen op 18 december 2002 respectievelijk 5 november 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \"verzekering \" afgedekt. Uit hoofde van de \"C\" heeft klaagster ? 256 ontvangen respectievelijk ? 77 moeten bijbetalen.
Ter zake van de op 17 november 1998 aangegane overeenkomst A heeft klaagster een deelnamebedrag betaald van ? 10.707 (? 4.859). In dit bedrag was een premie voor de \"verzekering \" begrepen ten bedrage van 9,55% van de aankoopsom, en premies voor vijf \"D?s\" ten bedrage van (in totaal) 19,05% van de aankoopsom.
De overeenkomst is afgelopen op 18 december 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \"verzekering \" afgedekt. In verband met dividendbelasting heeft klaagster nog ? 76 moeten bijbetalen.
HET GESCHIL
2. Klacht
2.1. De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in.
2.2. Klaagster is in 1997 door de rechtsvoorganger van verweerder benaderd toen zij ten kantore van deze rechtsvoorganger in haar kluisje ging kijken.
Na een gesprek met een haar bekende adviseur heeft klaagster besloten een aandelenleaseproduct aan te schaffen. Een jaar later heeft verweerder klaagster wederom tot tweemaal toe benaderd met het aanbod een effectenleaseproduct af sluiten. Klaagster is hierop in goed vertrouwen ingegaan.
Er is klaagster verzekerd dat zij haar investering nooit zou kunnen verliezen omdat zij een
?verzekering? had afgesloten.
Op 19 december 2002, 6 november 2003 en op 18 december 2003 kreeg klaagster bericht dat haar slechts een fractie van haar inleg zou worden uitgekeerd.
Klaagster stelt dat een medewerker van de rechtsvoorganger van verweerder haar met grote stelligheid heeft verzekerd dat tussentijdse beëindiging niet mogelijk was. Zij heeft daar verder geen onderzoek naar gedaan omdat haar echtgenoot in die periode ernstig ziek was.
2.3. Klaagster stelt dat verweerder druk op haar heeft uitgeoefend door haar tijdens een bezoek aan het kantoor ongevraagd te benaderen, alwaar zij werd overvallen met het voorstel de overeenkomst terstond aan te gaan. Zodoende heeft verweerder haar onvoldoende gelegenheid gegeven zich een eigen oordeel omtrent het aangeboden product te vormen en zich daarover te laten adviseren.
Voorts wordt verweerder het verwijt gemaakt dat hij zich niet heeft vergewist van de geschiktheid van het aange-boden product, gelet op klaagsters gebrek aan ervaring met beleggen en haar financiële omstandigheden. Volgens klaagster zou zij de overeenkomst niet zijn aangegaan indien verweerder haar juist en volledig had geïn-formeerd.
Klaagster stelt haar schade op het totaal van de door haar gedane betalingen.
3. De verweren
3.1. Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie en ten aanzien van de ontvan-kelijkheid van klaagster verweren gevoerd zoals hierna, onder \'beoordeling van de klacht\' weergegeven.
Voor het geval de Commissie die verweren verwerpt is in het verweerschrift, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
3.2. Het is verweerder onduidelijk welke van zijn (voormalige) medewerkers de in de klacht genoemde mededelingen zou hebben gedaan.
Verweerder bestrijdt dat klaagster vóór het aangaan van de overeenkomst onvoldoende is geïnformeerd omtrent de werking en de risico\'s van de producten B en A .
Verweerder stelt voorop dat slechts een beperkte zorgplicht toepasselijk is op zijn in de klacht bedoelde optre-den, voor zover dat optreden is aan te merken als effectendienstverlening, aangezien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet duidelijk was welke publiekrechtelijke voorschriften betreffende de zorgplicht golden voor cliëntenremisiers - in welke hoedanigheid verweerder meent te zijn opgetreden - en de \'know your customer\'-regel pas sinds 1 juni 1999 is opgenomen in art. 28, eerste lid, van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat een effecteninstelling ten tijde van de in 1998 gesloten overeenkomsten niet gehouden was informatie in te winnen betreffende de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van een cliënt, terwijl verweerder daartoe als cliëntenremisier al helemaal niet ver-plicht was.
Overigens waren verweerder geen omstandigheden bekend waaruit hij had moeten afleiden dat de effectenlease-producten voor klaagster een ongeschikte beleggingsvorm was, of dat deze producten niet aan deze cliënt aange-boden hadden mogen worden.
Verweerder betwist dat klaagster mondeling de toezegging is gedaan dat haar inleg niet verloren kon gaan.
Voorts stelt verweerder dat klaagster voldoende en juiste informatie heeft ontvangen omtrent de werking van de effectenleaseproducten, in de vorm van de bij die producten behorende brochure, de door klaagster ondertekende deelnameformulieren en de teksten van de \"Overeenkomst\" respectievelijk \"Voorwaarden\" waarnaar in de deel-nameformulieren nadrukkelijk wordt verwezen. Met betrekking tot het product B is in deze stukken naar verweer-ders inzicht voldoende duidelijk gewezen op de mogelijkheid dat de deelnemer geen uitkering ontvangt, in welk geval hij zijn netto kosten verliest. Klaagster kon dit ook begrijpen uit de toelichtingen op de \"verzekering \". Overigens is verweerder van mening dat, voorzover klaagster onjuist zou zijn geïnformeerd over de werking van de?verzekering ? bij het afsluiten van de B 1997/3, dit niet tevens inhoudt dat klaagster met betrekking tot de B 1998/1 en de A onjuist zou zijn geïnformeerd.
Daarenboven heeft klaagster door de ondertekening van de deelnameformulieren te kennen gegeven dat zij zich bewust was van de risico\'s die zijn verbonden aan de onder de overeenkomst verrichte beleggingen.
Voor zover de Commissie zich bevoegd acht de klacht in behandeling te nemen meent verweerder dat die moet worden afgewezen. Verweerder verzoekt klaagster te veroordelen in de door hem gemaakte kosten.
BEOORDELING VAN DE KLACHT
4. Voorvragen
4.1.2. Verweerder heeft gesteld dat de Commissie niet bevoegd is deze klacht in behandeling te nemen omdat die geen betrekking heeft op een handelen of nalaten in verband met effectendienstverlening als bedoeld in art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI. Verweerder heeft betoogd dat een contractuele relatie heeft ontbro-ken, en het optreden van zijn rechtsvoorganger Y beperkt is gebleven tot (terloopse) begeleiding van klaagster bij deelname aan de effectenleaseproducten, met dien verstande dat slechts is gewezen op de mogelijkheid van die deelname. Van advisering omtrent effectentransacties is, aldus verweerder, geen sprake geweest.
4.2.2. De Commissie stelt vast dat verweerders rechtsvoorganger Y klaagster op de effectenlease-producten heeft geattendeerd, terwijl de deelnameformulieren telkens door tussenkomst van Y zijn ingevuld en in behandeling genomen.
Aldus is het door klaagster aanvaarde aanbod tot het aangaan van de onderhavige contracten naar het oordeel van de Commissie mede door Y gedaan. Zulke betrokkenheid bij de totstandkoming van een overeenkomst betreffende aandelenlease is aan te merken als effectendienstverlening in de zin van art. 5.1 Reglement Klachtencommissie DSI, die in het licht van art. 6:217, eerste lid, BW heeft plaatsgevonden krachtens een con-trac-tuele relatie tussen partijen.
De Commissie verwerpt derhalve het verweer.
4.3.1. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat klaagster in deze klacht niet kan worden ontvangen in verband met art. 7.2 Reglement Klachtencommissie DSI, waarin is bepaald dat een klacht niet in behandeling wordt genomen indien er meer dan een jaar is verstreken tussen het tijdstip waarop de belangheb-bende van de feiten kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen, en het tijdstip waarop de klacht aan de desbetreffende deelnemer is voorgelegd. Verweerder meent dat als eerstbedoeld tijdstip heeft te gelden hetzij de dag waarop klaagster de deelnameformulieren heeft ondertekend, hetzij de dag waarop klaagster de bevestiging van haar deelname heeft ontvangen, hetzij de dag waarop klaagster het leaseoverzicht heeft ontvan-gen, aangezien zij vanaf dat moment geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van de aard van de effec-tenleaseproducten en de daaraan verbonden risico\'s. Tussen elk van deze tijdstippen en de dag waarop de klacht aan verweerder is voorgelegd is méér dan een jaar gelegen.
4.3.2. De Commissie verwerpt ook dit verweer. De klacht houdt in dat het aan verweerders handelen of nalaten te wijten is geweest dat klaagster zich bij het aangaan van de overeenkomsten geen of onvoldoende rekenschap kon geven van de daaruit voortvloeiende risico\'s, en die risico\'s voor klaagster pas later duidelijk zijn geworden. Aangezien deze stelling niet onaannemelijk kan worden genoemd zijn de in art. 7 Reglement Klachtencommissie DSI gestelde termijnen niet overschreden. In het navolgende wordt het aannemelijk bevon-den dat klaagster is afgegaan op mededelingen, haar namens verweerder (diens rechtsvoorganger Y) gedaan, die bij haar de stellige indruk hebben gewekt dat haar investering risicoloos was. Naar het oordeel van de Commissie kon klaagster aan die mededelingen, toen de overeenkomsten eenmaal liepen, een zodanig gezag blijven toekennen dat zij uit de jaarlijks verstuurde opgaven niet behoefde af te leiden dat zij in een onjuiste veronder-stelling betreffende de aard van de overeenkomst verkeerde.
5. Inhoudelijke beoordeling van het geschil
5.1. Verweerder kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat de op hem (zijn rechtsvoorganger Y) rustende zorgplicht werd beperkt doordat hij slechts als cliëntenremisier is opgetreden, de verkoop van het effectenlease-product een vorm van \'execution only\'-dienstverlening is, en ten tijde van het aangaan van de overeenkomsten geen publiekrechtelijk voorschrift aan die dienstverlening bijzondere eisen stelde. Verweerder (zijn rechtsvoor-ganger Y) heeft de effectenleaseproducten op wervende wijze onder de aandacht van klaagster gebracht. De deelnameformulieren konden via vestigingen van verweerder in behandeling worden genomen en diens aldaar werkzame medewerkers waren beschikbaar voor hulp bij het invullen van die formulieren. Door deze bemoeienis met het totstandkomen van de effectenleasecontracten is verweerders rechtsvoorganger Bank Y gaan optreden in de hoedanigheid van effecteninstelling. Dit optreden, ten gevolge waarvan Bank Y (zoals de Commissie naar aanleiding van de bevoegdheids- en ontvankelijkheidsverweren reeds heeft vastgesteld) mede verantwoordelijk is geworden voor het aanbod de overeenkomsten te sluiten, gaat verder dan \'execution only\'-dienstverlening. Het optreden van Bank Y is immers niet beperkt gebleven tot het uitvoeren van een opdracht die de wederpartij op grond van een volledig zelfstandig gemaakte afweging heeft gegeven. De Commissie merkt het in de klacht bedoelde optreden van verweerder aan als advisering in relatie tot beleggen in effecten.
5.2. Verder kan niet worden aanvaard dat een effecteninstelling vóór het inwerkingtreden van art. 28 van de toenmalige Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 op geen enkele manier gehouden was zich rekenschap te geven van de financiële omstandigheden, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van haar (potentiële) cliënt. Ook zonder dit voorschrift gold ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten dat een effecteninstelling - als bij uitstek deskundig te achten dienstverlener - jegens haar particuliere, niet beroepshal-ve op het terrein van financiële instrumenten werkzame, cliënten tot een bijzondere zorgplicht gehouden was. De zorgvuldigheidseis bracht mee dat de effecteninstelling zich ervan diende te vergewissen of de dienstverlening die, of het product dat, de (potentiële) cliënt werd aangeboden in overeenstemming is met hetgeen de cliënt wenste te bereiken en - zeker indien het aangebodene tot financiële verplichtingen van de cliënt kon voeren - met diens financiële omstandigheden.
Voorts was ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomsten in art. 26 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1995 bepaald dat een effecteninstelling, ook indien haar dienstverlening beperkt bleef tot het uitvoeren van door de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk gegeven effectenorders, haar cliënt naar behoren moest informeren omtrent de specifieke risico\'s van de desbetreffende effectensoort.
Naar het oordeel van de Commissie is dit voorschrift te beschouwen als een uitwerking van de zo-even genoem-de bijzondere zorgplicht van een effecteninstelling, welke zorgplicht ook bij het aanbieden van effectenleasecon-structies, die neerkomen op beleggen met geleend geld, de gehoudenheid omvat de potentiële cliënt er nadrukke-lijk op te wijzen dat het nettorendement van het aangeboden product onzeker is, en zich onder omstandigheden de mogelijkheid kan voordoen dat een schuld aan de aanbieder resteert.
5.3. Aan beleggen met geleend geld zijn risico\'s verbonden. Er is in het algemeen de mogelijkheid dat de geleasde aandelen bij verkoop te weinig opbrengen om de lening in te lossen, zodat een schuld blijft bestaan. De aandelenleaseconstructie kent evenwel nog een ander nadeel. De rente die over het geleende bedrag wordt gehe-ven en andere aan de constructie verbonden kosten brengen mee dat slechts bij beduidende koersstijgingen, gemeten over de volle looptijd van de effectenlease-overeenkomst, een rendement wordt behaald dat gunstiger is dan de rentevergoeding op een spaarrekening of -deposito. Dit geldt in het bijzonder voor de effectenlease-producten die X aan het publiek heeft aangeboden. Daarbij zijn premies in rekening gebracht voor (extra) uitkeringen die bij zekere koersstijgingen gedaan zouden worden. In enkele van deze leaseproducten is voorts, al dan niet verplicht, een premie begrepen voor de \"verzekering \" die een eventuele waardedaling van de aandelen afdekte. Daarmee heeft X het meest in het oog springende risico van beleggen met geleend geld (het resteren van een schuld) weggenomen, maar het geheel van de in rekening gebrachte premies, naast de rente die over het geleende bedrag is berekend, maakt deze leaseconstructies tot een dure vorm van beleggen. De op de afnemer van het product gelegde kosten brengen mee dat deze zijn investering ook bij een beperkte koersdaling, en zelfs bij een beperkte koersstijging, geheel of ten dele kan verliezen. Aan deze effectenleaseconstructies is derhalve eigen, dat het nettorendement slechter kan zijn dan de rente op een spaarrekening of -depot.
6.1. Er is niet gebleken dat verweerder zich, alvorens de overeenkomsten aan te gaan, heeft vergewist van klaagsters financiële positie en is nagegaan of de overeenkomsten met haar denkbare consequenties in redelijke verhouding zouden staan met klaagsters financiële mogelijkheden en verwachtingen.
6.2. Naar het oordeel van de Commissie heeft verweerder evenmin aannemelijk gemaakt dat klaagster met voldoende nadruk en op niet mis te verstane wijze is gewezen op de bijzondere risico\'s van beleggen met geleend geld, en op de mogelijkheid dat het nettorendement ? beduidend ? lager uitvalt dan de rente op een spaartegoed. In dit verband acht de Commissie het volgende van belang.
6.3. De Commissie stelt vast dat verweerder de effectenleaseproducten ongevraagd en op wervende wijze onder klaagsters aandacht heeft gebracht, althans acht aannemelijk dat verweerder een effectenleaseproducten bij klaagster heeft aangeprezen nadat deze te kennen had gegeven een zo hoog mogelijk rendement te willen behalen op gelden die enige tijd beschikbaar zouden zijn.
Het is aannemelijk dat alleen al daardoor bij klaagster de indruk is ontstaan dat dit product haar werd aanbevolen omdat het naar verweerders deskundig oordeel aansloot bij klaagsters financiële mogelijkheden en wensen.
Voorts zijn de onderhavige effectenleaseconstructies zó gecompliceerd dat niet mag worden aangenomen dat de gemiddelde consument op eigen gezag zal doorgronden welke risico\'s hij loopt en welk nettorendement is te verwachten.
7.1. Uit het voorgaande moet, nu verweerder heeft toegelaten dat het deelnameformulier nog tijdens het gesprek waarin het effectenleaseproduct onder klaagsters aandacht is gebracht ondertekend werd ingeleverd ? waardoor klaagster tot het aangaan van de overeenkomsten is bewogen zonder dat haar voldoende tijd is gelaten om de verstrekte informatie te overdenken, het voorlichtingsmateriaal nauwgezet te bestuderen en eventueel advies van derden in te winnen ? worden afgeleid dat klaagster de overeenkomsten uitsluitend is aangegaan omdat zij door tekortschietende voorlichting van verweerder in de veronderstelling was gebracht dat haar inleg niet verloren kon gaan en op die inleg een rendement viel te verwachten dat tenminste zou overeenkomen met de rente op een spaartegoed, terwijl verweerder heeft nagelaten te verifiëren of klaagsters financiële en overige persoonlijke omstandigheden aan het sluiten van de overeenkomsten redelijkerwijze in de weg behoorden te staan.
7.2. Verweerder had het sluiten van de overeenkomsten niet mogen bevorderen, zonder klaagster nadrukkelijk en in ondubbelzinnige bewoordingen te wijzen op de mogelijkheid dat de investering in het effecten-leaseproduct geheel of grotendeels verloren kon gaan. De bijzondere zorgplicht van een effecteninstelling brengt dit met zich mee. Door het sluiten van die overeenkomsten werd klaagster immers, gelet op haar financiële omstandigheden en behoeften, zoals die bij de behandeling van deze klacht aannemelijk zijn geworden en voor verweerder kenbaar waren, op onverantwoorde wijze blootgesteld aan het risico van koersdalingen.
8.1. Voor zover verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster, voordat de over-eenkomsten van kracht werden, gelegenheid heeft gehad het bij de effectenleaseproducten behorende voorlich-tingsmateriaal te lezen, en bij nauwkeurige kennisneming daarvan had kunnen ontdekken dat zij het risico zou lopen haar inleg te verspelen, vindt de Commissie daarin geen aanleiding om (een deel van) de schade voor rekening van klaagster te laten. Verweerder diende er bij zijn tot klaagster persoonlijk gerichte aanprijzingen van de effectenleaseproducten rekening mee te houden dat klaagster die aanprijzingen zou opvatten als een op haar persoon toegesneden advies, en daaraan een zodanig gezag zou toekennen dat zij het gedrukte voorlichtings-materiaal niet zou gebruiken om na te gaan of haar juiste en volledige informatie was verstrekt.
9.1. Het vorenoverwogene voert de Commissie tot het oordeel dat verweerder met betrekking tot het sluiten van de overeenkomsten niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend effectenadviseur betaamt. Het is aannemelijk dat klaagster de overeenkomsten niet zou zijn aangegaan indien verweerder zich jegens haar van zijn zorgplicht had gekweten. Het nadeel dat klaagster daardoor heeft geleden komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking.
Dit nadeel bestaat uit het geheel van de bedragen die klaagster uit hoofde van de overeenkomst B 1997/3, B 1998/1 en A aan X verschuldigd zijn geworden, onder aftrek van de uitkeringen in verband met de \"C\".
De Commissie ziet geen aanleiding voor vergoeding voor gemiste creditrente over dit bedrag, omdat die kan wor-den geacht te zijn gecompenseerd door de mogelijkheid betaalde rente van het belastbaar inkomen af te trekken. Eventuele beperkingen in deze mogelijkheid tot aftrek in verband met het overschrijden van het bij wet gestelde maximum ten gevolge van het afsluiten van meerdere contracten laat de Commissie voor rekening van klaagster.
9.2. De Commissie zal daarom bepalen dat verweerder klaagster de bedragen moet terugbetalen die zij uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd is geworden, inclusief de bedragen die zij na beëindiging van de overeenkomsten heeft moeten bijbetalen, met aftrek van de bedragen die klaagster bij afloop van de overeen-komst de B 1997/3 heeft ontvangen.
Klaagster heeft uit hoofde van de overeenkomst B 1997/3 voldaan ? 2.824 en na beëindiging van de overeen-komst ? 256 ontvangen. Uit hoofde van de overeenkomst B 1998/1 heeft klaagster ? 2.889 voldaan en heeft zij na beëindiging van de overeenkomst ? 77 moeten bijbetalen. Uit hoofde van de overeenkomst A heeft klaagster ? 4.859 voldaan en heeft zij na beëindiging van de overeenkomst ? 76 moeten bijbetalen.
Het voor vergoeding in aanmerking komende bedrag is derhalve ? 2.568 (? 2.824 - ? 256) + ? 2.966
(? 2.889 + ? 77) + ? 4.935 (? 4.859 + ? 76) = ? 10.469.
Voorts dient verweerder aan klaagster de door deze voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad ? 125 te vergoeden.
9.3. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
UITSPRAAK
De Commissie stelt het bindend advies vast dat verweerder binnen één maand na de dag van verzending aan partijen van een afschrift van dit bindend advies aan klaagster vergoedt een bedrag van ? 10.469, te vermeerderen met rente gelijk aan de wettelijke rente, ingaande op de dag waarop de klacht bij verweerder is ingediend en tot aan de dag van algehele voldoening, en verder te vermeerderen met de door klaagster voldane bijdrage in de kosten van behandeling van deze klacht ad ? 125.
EN NOGMAALS
Uitspraak KCD nr. 63 d.d. 04-05-2005.
Uitspraak Klachtencommissie DSI nr. 63 d.d. 4 mei 2005
(mr. J. Wortel, voorzitter, mr. P.J.L.M. Bartholomeus en drs. L.B. Lauwaars RA)
VASTSTAANDE FEITEN
1. Klager heeft op 24 april 1997, via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, de bank Y, met X, een overeenkomst betreffende het product G gesloten. Klager heeft voorts op 10 december 1998, via een vestiging van een rechtsvoorganger van verweerder, de bank Y, met X , een overeenkomst betreffende het product A 1998/2 gesloten.
1.1. Het product G houdt in dat één of meerdere G Certificaten à ? 45,38 worden uitgegeven. De deel-nemer bepaalt zelf het bedrag van zijn inleg. De inleg per Certificaat wordt gesplitst in een depositodeel ? 37,21 en een optiedeel ? 8,17. Over het depositodeel wordt rente vergoed. De over het deposito in een periode van 12 maanden gerijpte rente vervalt telkens aan het einde van deze periode en wordt vervolgens rentedragend toege-voegd aan de som in het deposito. Het depositodeel groeit vervolgens weer aan tot de oorspronkelijke inleg van
? 45,38. Het depositodeel inclusief de rente wordt aan het einde van de looptijd uitgekeerd. De deelnemer krijgt derhalve aan het einde van looptijd altijd het bedrag van zijn inleg terug.
Met het optiedeel wordt het recht verkregen om een uitkering te ontvangen ter grootte van de inleg vermenigvul-digd met de zogenaamde ?H? (het percentage waarmee de stijging van de AEX-index gedurende de looptijd van een Certificaat moet worden vermenigvuldigd) en met het procentuele verschil tussen de stand van de AEX-index op de ingangsdatum en de stand van de AEX-index op de afloopdatum. De looptijd van de overeenkomst is drie of vijf jaar. Klager heeft destijds gekozen voor een looptijd van vijf jaar.
1.2 Het product A houdt in dat de afnemer ter beurze genoteerde aandelen van de aanbieder least, hetgeen betekent dat de aankoop (op termijn) volledig door de aanbieder wordt gefinancierd. De afnemer betaalt een \"deelnamebedrag\". Dit deelnamebedrag bestaat uit rente over het gefinancierde bedrag, waarop korting wordt verleend omdat het gehele rentebedrag bij vooruitbetaling moet worden voldaan.
Aan het product is een \"verzekering\" verbonden. De premie bedraagt een percentage van de aankoopsom. De \"verzekering\" dekt een eventuele waardedaling van de aandelen af, met dien verstande dat de aanbieder het verschil bijpast indien de aandelen bij verkoop minder opbrengen dan de aankoopsom.
Onderdeel van de overeenkomst is voorts de zogenaamde \"D\". \"D\" (ten hoogste vier per overeenkomst) houdt in dat bij afloop van het contract een bedrag wordt uitgekeerd gelijk aan het bedrag waarmee de verkoopwaarde van de aandelen de aankoopsom overstijgt, met een maximum van 76,63% van de aankoopsom. Per \"D\" betaalt de afnemer een premie ter grootte van een percentage van de aankoopsom van de aandelen.
De looptijd van de overeenkomst is vijf jaar.
1.3. Ter zake van de op 24 april 1997 aangegane overeenkomst G heeft klager een deelnamebedrag betaald van ? 10.000 (? 4.537,80). Aan het einde van de looptijd op 24 april 2002 heeft klager een bedrag gelijk aan zijn ingelegde bedrag terug ontvangen. Daarnaast heeft klager een uitkering in het kader van zijn optiedeel ontvangen ter grootte van ? 5.031,91 (? 2.283,38).
1.4 Ter zake van de op 10 december 1998 aangegane overeenkomst A 1998/2 heeft klager een deelnamebedrag betaald van ? 10.707,44 (? 4.858,82), bestaande uit rente over de aankoopsom van de aandelen, een korting van ? 704,69 (? 319,77) wegens vooruitbetaling van de rente, een premie voor de \\\"verzekering\\\" ten bedrage van 9,55 % van de aankoopsom en premies voor vier \"D\" ten bedrage van 19,05 % van de aankoopsom.
De overeenkomst is afgelopen op 18 december 2003. Bij verkoop bleken de aandelen minder op te brengen dan de aankoopsom. Het verschil is door de \"verzekering\" afgedekt. In verband met dividendbelasting heeft klager nog ? 76,20 moeten bijbetalen.
HET GESCHIL
Klacht en verweerschrift
2.1. De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in.
Klager is in 1997 door een rechtsvoorganger van verweerder benaderd met de vraag of hij zijn spaargeld niet in aandelen wilde beleggen. Na veelvuldig aandringen van de kant van verweerder heeft klager besloten deel te nemen aan het product G. Klager is deze overeenkomst aangegaan, omdat hem door een medewerker van ver-weerder verzekerd was dat zijn inleg niet verloren kon gaan. Een jaar later werd klager door dezelfde medewerker opnieuw uitgenodigd voor een gesprek ten kantore van verweerder alwaar hem gevraagd werd deel te nemen aan A. Er werd hem verzekerd dat het ging om een zelfde product als G en dat hij ook bij A nimmer zijn inleg zou kunnen verliezen.
Klager stelt dat verweerder grote druk op hem heeft uitgeoefend door hem meerdere malen telefonisch te bena-deren waarna hij werd uitgenodigd voor een gesprek ten kantore van verweerder, alwaar hij werd overvallen met het voorstel de overeenkomst zo snel mogelijk aan te gaan. Zodoende heeft verweerder hem onvoldoende gelegenheid gegeven zich een eigen oordeel omtrent het aangeboden product te vormen en zich daarover te laten adviseren.
Voorts stelt klager dat hij de overeenkomst en voorwaarden pas achteraf heeft ontvangen. Volgens klager zou hij de overeenkomst nimmer zijn aangegaan indien verweerder hem juist en volledig had geïnformeerd.
Klager stelt zijn schade op het totaal van de door hem gedane betalingen.
3.1. Verweerder heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de Commissie en ten aanzien van de ontvan-kelijkheid van klager verweren gevoerd zoals hierna, onder \'beoordeling van de klacht\' weergegeven.
Voor het geval de Commissie die verweren verwerpt is in het verweerschrift, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
Verweerder begrijpt dat de klacht van klager slechts betrekking heeft op A. Verweerder meent dat in de klacht misslagen voorkomen die meebrengen dat de klacht niet naar behoren is onderbouwd. Meer in het bijzonder is verweerder van mening dat klager dient aan te tonen dat hij een gesprek heeft gevoerd met de betreffende medewerker in het kader van A en dat deze medewerker hem onjuiste informatie zou hebben verstrekt.
Verweerder bestrijdt dat klager vóór het aangaan van de overeenkomst onvoldoende is geïnformeerd omtrent de werking en de risico\'s van het product A.
Verweerder stelt voorop dat slechts een beperkte zorgplicht toepasselijk is op zijn in de klacht bedoelde optre-den, voor zover dat optreden is aan te merken als effectendienstverlening, aangezien ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet duidelijk was welke publiekrechtelijke voorschriften betreffende de zorgplicht golden voor cliëntenremisiers - in welke hoedanigheid verweerder meent te zijn opgetreden - en de \'know your customer\'-regel pas sinds 1 juni 1999 is opgenomen in art. 28, eerste lid, van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat een effecteninstelling ten tijde van de in 1998 gesloten overeenkomsten niet gehouden was informatie in te winnen betreffende de financiële positie, beleggingservaring en beleggingsdoelstellingen van een cliënt, terwijl verweerder daartoe als cliëntenremisier al helemaal niet verplicht was.
Overigens waren verweerder geen omstandigheden bekend waaruit hij had moeten afleiden dat het effectenlease-product voor klager een ongeschikte beleggingsvorm was, of dat dit product niet aan deze cliënt aangeboden had mogen worden.
Verweerder betwist dat klager door zijn toedoen in de veronderstelling zou hebben verkeerd dat A een zelfde product was als G en dat klager ook bij A zijn deelnamebedrag te allen tijde zou terug ontvangen. Voor zover klager doelt op een gesprek met een bepaalde medewerker van verweerder, wordt verwezen naar een bij het verweerschrift g